|
|
De slechtvalk heeft een grote symbolische waarde voor het natuurbehoud. Vanaf de jaren veertig namen de aantallen spectaculair af in heel Europa maar ook in Noord-Amerika. Oorzaak hiervan waren de stroperij, de eierverzamelaars die nesten leegroofden en de milieuvervuiling. De Belgische populatie is in de loop van de jaren zestig uitgeroeid geworden. Voornaamste oorzaak hiervan is de vergiftiging van de voedselketen door het gebruik van gechloreerde koolwaterstoffen. Het verbieden van dit type pesticiden, gecombineerd met het uitroepen van deze roofvogels tot een strikt beschermde diersoort, heeft ervoor gezorgd dat de slechtvalk in 1996 opnieuw kon broeden in België. In 2004 kwam dan het grote nieuws: een eerste nest wordt in Brussel ontdekt. Het bevond zich op 40 m hoogte onder een galmbord van de noordertoren van de kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele. Drie jongen hebben eind mei hun vleugels opengespreid om de wijde wereld te verkennen, dit tot grote vreugde van de ornitologen en de kerkelijke autoriteiten die opgetogen zijn omdat dit valkenkoppel bijdraagt tot de controle van de duivenpopulatie.
© Thibaut Delsinne-IRScNB.
De achtervolgingen (met een snelheid van meer dan 400km/u) van de valken in de Brusselse hemel, het grootbrengen van de jongen, hun eerste vliegoefeningen die we vorige lente geobserveerd hebben, leverden zulke mooie beelden op dat het ons interessant leek om die met alle Brusselaars te delen. Weinige hoofdsteden zijn zo groen als Brussel, en weinige burgers zijn zich daarvan bewust. De schoonheid van de natuur aan een zo breed mogelijk publiek laten zien, mensen de kans geven, om dag na dag, het verloop van het broeden van een zo schitterende vogel als de slechtvalk te bewonderen, was onze leidraad om deze opstelling vanaf 2005 aan u voor te stellen.
Duikvlucht boven het kerkplein van de kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele in Brussel © KBIN
Verloop van een aanval, van onder gezien.
Begin van de laatste duikvlucht, gesloten vleugels
De verschillende ogenblikken van de laatste fase van een aanval, met het
uitspreiden van de vleugels en het naar voor brengen van de poten, juist voor
het raken. Het klapwieken versnelt, dan stopt het. Plots zijn de vleugels
gesloten. De mannetjesvalk duikt in de richting van de prooi.* |